Menu

Dit is het menu. Hier onder kunt u een pagina uitkiezen!

Home

 

Deze Website is momenteel onder constructie. Voor meer informatie kunt u een mail sturen naar pen.en.inkt@casema.nl.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In Een olifant op de thee zeurt de prinses om een hondje. Haar vader heeft nooit tijd om met haar te spelen, en hondjes, die hebben zeeën van tijd. Lakeien ook, maar die zijn saai, durven niets en vinden theedrinken uit een poppenserviesje een hoop gedoe. Helaas gaat de wens van de prinses niet in vervulling. Een hondje krijgt ze niet, maar tot ieders verbazing wordt er wel een olifant op het paleis bezorgd. Niemand weet daar raad mee, behalve de prinses. Maar het blijft behelpen natuurlijk, een olifant is nu eenmaal geen hondje.

 

Houden alle kinderen van ijs? Ja, alle kinderen. Hoewel… eentje niet. Mimetje, de dochter van ijskoning Zozokof lust geen ijs! Mimetjes vader, Andrej Zozokof, is eigenaar van het Zozokof-ijsimperium dat bestaat uit verschillende ijsfabrieken. Ook al Mimetjes broers zijn werkzaam in de ijsbusiness. De hele familie dus, behalve één. Dat steekt Andrej. Iederéén houdt namelijk van Zozokof-ijs. En daarom weet Andrej één ding heel zeker: wat hem niet lukt, lukt niemand. Dus als op een dag een jonge ijsmaker hem uitdaagt, neemt hij de weddenschap maar al te graag aan.

 

‘Oproep! De koningin zoekt een nieuwe paleiskok.’
Kobus Kok aarzelt geen moment. Hier heeft hij op gewacht. Hij meldt zich aan, maar hij is niet de enige. De kok die het lekkerste gerecht maakt, krijgt de baan.
Kobus is van plan van verse visjes een voortreffelijke soep te maken. Het koksmaatje zal de vis voor hem vangen. Maar op de dag van de wedstrijd is de kroon van de koningin weg. Alle onderdanen moeten helpen zoeken, behalve Kobus. Aan hem vertrouwt de koningin haar neefje toe.
Hoe moet het nou met de wedstrijd? Zonder vis geen soep. Kobus geeft niet op. Hij wil zo graag paleiskok worden dat hij zelfs zijn angst voor water overwint en de zee op gaat. En dat is heel wat voor iemand die als kind al misselijk werd als hij in de wastobbe zat. Het zit Kobus niet mee. De vissen bijten niet, het neefje verveelt zich stierlijk en het weer werkt ook nog tegen. Door de sterke wind raakt het bootje stuurloos, dan slaat een hoge golf het in duizend stukjes. Alles is verloren: de wedstrijd, Kobus, het neefje. Of gloort er toch nog enige hoop aan de horizon?